zondag 28 mei 2017

Views & Reviews Sequences Michel Szulc-Krzyzanowski CODA Museum Apeldoorn Photography


The “Sequences” were successful shortly after the first ones were made. They were first exhibited in 1972 in the Noord-Brabants Museum in ’s-Hertogenbosch, the Netherlands. Followed by exhibitions in London, Paris and New York. The “Sequences” sold very well to give the financial independence to focus on producing this characteristic form of photography full time.

“Sequences” are about awareness. And how to make different and surprising interpretations of reality. It is about how reality is possibly related to ourselves.

In 1985 the making of the “Sequences” was abandoned. The motivation for this decision was to avoid getting into repeating ideas. To become the own epigone.

“Sequences” were made from 1970 to 1985.

First in the Netherlands. Later in France and Morocco. Next in the USA. And eventually exclusively in Baja California, Mexico.

Making the “Sequences” was a solitary activity. Long periods of time were spent in areas were no human presence could be noticed.

Michel Szulc-Krzyzanowski: The Early Sequences 1977-1982
September 4 – October 18, 2008
Reception: Thursday, September 4, 6-8pm

Robert Mann Gallery opens the fall exhibition season with a suite of vintage photographic works by Dutch conceptual artist Michel Szulc-Krzyzanowski. Living out of a trailer in Baja California, Mexico, Szulc-Krzyzanowski engaged in a rigorous study of possibilities opened by combining multiple frames of images into sequences. David Travis, former curator of photography at the Art Institute of Chicago, writing about Szulc-Krzyzanowski’s Sequences in 1984 explains,

[W]e can imagine him to be a magician, who plays tricks on our perceptions with his photographic sleights of hand in order to loosen the strict conventions of our imagination and in the end entertains us. But even in his play he uses the appearance of simultaneity to make the illusion work.
Greatly ahead of his time, Szulc-Krzyzanowski began his sequences in the early 1970s. Embracing the potential for multiple frames to be read together, he deployed a variety of conceptual strategies in these works: alternately invoking the passage or apparent suspension of time. Szulc-Krzyzanowski consistently plays off the structural basis of the frame; particular sequences seem to ignore the parameters of individual exposures—a paradoxical conceit as the printing displays the edges of each negative. In such instances the Sequences are decidedly non-cinematic in their embrace of flatness and simultaneity. While these descriptions might imply otherwise, change is a constant in the Sequences, most often illusively describing movement by maintaining single elements as a constant visual referent—sometimes a part of the artist’s body, an object in the foreground or the distant horizon line.

The meaningful thrust of the Sequences derives from their exploration of perception and reception. But they also exhibit a playful inquisitiveness that aligns Szulc-Kryzanowski with contemporaries such as John Baldessari. Szulc-Krzyzanowski’s work represents a process of discovery. In perceiving his images, we cannot help be aware of the performance inherent in their production. We can imagine the artist—the camera almost an extension of his body—on the beach, interrogating perceptual and aesthetic boundaries. Again, in David Travis’s words, “It is not so much an experience during time that [Szulc-Krzyzanowski] presents, but rather a conceptual experience concerning time.”

Michel Szulc-Krzyzanowski was born in 1949 in Oosterhout, The Netherlands. His work has been exhibited internationally since the early 1970s and is included in numerous major public collections, including the Art Institute of Chicago; the Centre Pompidou, Paris; the Museum of Modern Art, New York; the San Francisco Museum of Modern Art; and the Stedelijk Museum.

View Michel Szulc-Krzyzanowski: The Early Sequences 1977-1982 online at www.robertmann.com beginning September 4, 2008.


Michel Szulc-Krzyzanowski – Sequenties
CODA Museum | 29.01 t/m 28.05.2017

CODA Museum presenteert het werk van Michel Szulc-Krzyzanowski van 29 januari tot en met 28 mei 2017 in de tentoonstelling Sequenties; een bloemlezing uit eigen collectie.

Krzyzanowski maakt in de jaren zeventig naam als een van de grondleggers van zwart-wit sequentiefotografie (fotoreeksen) maar omdat deze werkwijze hem geen nieuwe inzichten meer oplevert, besluit hij na ruim 15 jaar te stoppen met deze vorm van fotografie. Sinds 2016 maakt hij echter weer sequenties. Ditmaal in kleur. De tentoonstelling in CODA Museum laat een aantal reeksen zien waarmee Krzyzanowski in de jaren zeventig wereldfaam verwierf.

Over Michel Szulc-Krzyzanowski
Michel Szulc-Krzyzanowski (Oosterhout, 1949) gebruikt zijn fotocamera om existentiële vragen over het leven en zijn bestaan te onderzoeken. De gespannen thuissituatie uit zijn jeugd is van grote invloed geweest op zijn persoonlijke groei en ontwikkeling als beeldend kunstenaar. Hij omschrijft zichzelf na de lagere school als een wispelturige jongen. Op de Westerhelling, een jongenskostschool in Nijmegen, wordt hij lid van de fotoclub en raakt hij bevriend met beeldend kunstenaar Teun Hocks. Hocks had in 2015 een overzichtstentoonstelling van geënsceneerde fotografie in CODA Museum. Zowel Hocks als Szulc-Krzyzanowski zijn met werk vertegenwoordigd is in de CODA collectie.

Krzyzanowski

De sequentie als zoektocht
Door het maken van sequenties, beeldreeksen van twee of meer foto’s, probeert de twintiger Szulc-Krzyzanowski zijn plaats in de wereld te bevragen en te bevestigen. In zijn fotoseries wordt de realiteit van verschillende kanten of in verschillende fases onderzocht en getoond. Veelal gefotografeerd op verlaten stranden in Nederland, Frankrijk, Marokko, de Verenigde Staten en Mexico, speelt Szulc-Krzyzanowski met tijd en beweging en ruimtelijke begrippen als veraf en dichtbij: hij ensceneert het beeld. Zo ontstaan intrigerende reeksen van foto’s die de beschouwer uitdagen om goed te kijken en na te denken over wat er nu precies te zien is. De zo universeel mogelijke invulling van zijn foto’s – een leeg strand, de zee, een steen, een anonieme schaduw van een hand of been – is niet toevallig. Iedere toeschouwer moet zich in zijn zoektocht kunnen herkennen. Zichtbaar of onzichtbaar, de mens staat echter centraal in het werk van Szulc-Krzyzanowski.






























maandag 22 mei 2017

Every Photo by Stanley Greene was a Statement Photojournalism Photography


STANLEY GREENE
The death of a poet

BY OLIVIER LAURENT
Stanley Greene wasn’t just a war photographer—a label he both embraced and despised. He was also a poet who always searched for dignity, justice and larger truths in every one of his photographs. A passionate lover of life, he defied death across the years, whether on the front lines or at home. But, after a long fight with cancer, one of America’s greatest photographers died Friday morning surrounded by his closest friends and colleagues. He was 68.


Elke foto van Stanley Greene was een statement
Necrologie
De vrijdag overleden fotograaf Stanley Greene (1949-2017) wilde verschrikkingen laten zien zonder zijn gevoel voor poëzie te verliezen.
Rosan Hollak
19 mei 2017

Op deze foto uit 2010 staat Stanley Greene nadat hij een lezing heeft gegeven op het St Restitut, France.
Foto Jerome Delay/AFP

„Fotografie is niet een intentie, het is een vraag. A click, a tic, a crack in time. En het beeld geeft soms het antwoord.” Zo verwoordde de Amerikaanse fotograaf Stanley Greene, die vrijdag in Parijs op 68-jarige leeftijd overleed aan kanker, vorige maand nog zijn visie op de fotografie. Beeld was voor hem, als bevlogen fotograaf die de afgelopen vijfentwintig jaar werkzaam was in conflictgebieden, belangrijk. Maar ook de invloeden van poëzie, literatuur, schilderkunst en theater speelden een grote rol in zijn leven.

Tijdens de Sem Presser-lezing, afgelopen april in het Compagnietheater in Amsterdam, vertelde Greene, in de vorm van een lang gedicht, zijn levensverhaal terwijl zijn fotografische werk op de achtergrond werd geprojecteerd. Beginnend met de portretten van zijn ouders en eindigend met zwart-wit beelden uit Rusland en een portret van zijn laatste liefde, wist Greene op een ontroerende manier zijn publiek mee te voeren naar de belangrijke plekken uit zijn leven.

Dat leven begon in 1949 in Brooklyn in New York waar Greene werd geboren in een acteursgezin. Aanvankelijk begon hij zijn carrière als schilder maar begin jaren 70 stapte hij, op aanraden van de legendarische fotograaf W. Eugene Smith bij wie hij assisteerde, over op de fotografie. Greene, in die tijd lid van de Black Panther-beweging en als activist actief tegen de oorlog in Vietnam, begon te fotograferen in de modescène in New York. Zijn besluit om fotojournalist te worden kwam pas met de val van de Muur in Berlijn, waar hij in 1989 getuige van was. Vanaf dat moment begon hij reportages te maken in het voormalige Oostblok.


Zijn doorbraak kwam in 1991, toen hij de staatsgreep in Moskou fotografeerde. Vanaf 1994 tot 2003 maakte hij meer reportages in en rond Rusland: indringende beelden over de ondergang van het communisme en de ellende tijdens het conflict in Tsjetsjenië. De foto’s, waaronder het huiveringwekkende beeld van de contouren van een lijk in de sneeuw bij Grozny, werden in 2004 gebundeld in het fotoboek Open Wound. Rond die tijd was Greene, inmiddels wonend in Parijs en werkzaam bij fotoagentschap VU voor bladen als The New York Times Magazine, Newsweek en Paris Match, al een gevestigd fotograaf en ging hij op pad naar conflictgebieden waaronder Rwanda, Afghanistan, Irak, Darfur en Syrië.



Daar maakte hij veel confronterende, deels ook poëtische, beelden van de ellende die de burgerbevolking treft. Beelden waarmee hij ook diverse keren werd bekroond bij onder meer World Press Photo. „Een foto van Stanley Greene is een statement”, zegt zijn vriend en collega Kadir van Lohuizen. Volgens Van Lohuizen, samen met Greene medeoprichter van fotoagentschap NOOR, weigerde Greene ‘objectief’ te zijn. „Hij had een mening over een conflict, dat zag je terug in zijn fotografie.” Wat dat betreft was Greene een politiek fotograaf met een eigen signatuur, aldus Van Lohuizen. „Hij was niet uit op sensatie, eerder een echte doorbijter die zich volledig in een kwestie verdiepte. Hij fotografeerde vaak op een indirecte manier: je ziet de ellende, maar het is tegelijkertijd respectvol en humaan.”

Van Lohuizen werkte met Greene in Libanon en vanaf 2005 aan een project over de gevolgen van orkaan Katrina in New Orleans. „Daar kwamen we op het idee om een eigen fotoagentschap op te zetten. Internationale media begonnen in die tijd steeds minder te betalen voor fotografie. Wij wilden een groep onafhankelijke fotografen bij elkaar brengen die, niet meer in opdracht werkten, maar hun eigen verhalen gingen brengen, digitaal en niet meer voor de papieren krant.”

Het plan slaagde. In 2007 werd NOOR in Amsterdam opgericht. Aan dit agentschap bleef Greene tot zijn dood verbonden. Hij vond bij dit bonte gezelschap fotografen en medewerkers niet alleen inspirerende medestanders maar ook de familie die hij in zijn dagelijks leven ontbeerde. Een gemis dat hij in 2009 tot uitdrukking bracht in het fotoboek Black Passport, een egodocument waarin hij zijn fotoseries afwisselde met persoonlijke portretten van vrouwen en vriendinnen. Ongegeneerd beschrijft Greene zijn verslaving aan gevaar, waardoor hij telkens weer besluit te vertrekken naar conflictgebieden, en de pijn en verwarring die deze levensstijl met zich meebrengt. Want uiteindelijk moest de liefde het steeds ontgelden.

Greene, die in 2008 bekend maakte dat hij besmet was met het Hepatitis C-virus, worstelde de laatste jaren met zijn gezondheid. Ook al was hij recent, met behulp van nieuwe medicijnen, genezen verklaard, toch had het virus zijn lever zodanig aangetast dat hij niet meer kon herstellen. Sinds anderhalf jaar had hij leverkanker. Desondanks reisde hij in februari dit jaar nog naar Noord-Rusland voor een nieuw project: een roadtrip met als thema ‘100 jaar na de Russische revolutie’. „De eerste foto’s van dit project heeft hij nog kunnen leveren”, zegt Van Lohuizen. Maar een week geleden werd Greene met spoed opgenomen in een ziekenhuis in Parijs. Tegen zijn wil, want na twee dagen gaf hij al te kennen dat hij weer aan de slag wilde. Terug naar Rusland. Het werd hem niet meer gegund. Dat hij ergens moet hebben geweten dat die mogelijkheid er niet meer zou zijn, bleek wel uit de songtekst die hij, tijdens de Sem Presser-lezing, voordroeg. Geëmotioneerd citeerde hij de laatste regels uit het nummer Both Sides, Now (1969) van Joni Mitchell.

I’ve looked at life from both sides now From up and down, and still somehow It’s life’s illusions I recall I really don’t know life at all…


donderdag 18 mei 2017

Rijksmuseum Amsterdam Buys first ever Photo book Photographs of British Algae Anna Atkins


Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions

Artist:Anna Atkins (British, 1799–1871)
Date:1843–53
Medium:Cyanotypes
Dimensions:Image: 25.3 x 20 cm (9 15/16 x 7 7/8 in.) each

The first book to be photographically printed and illustrated, Photographs of British Algae was published in fascicles beginning in 1843 and is a landmark in the history of photography. Using specimens she collected herself or received from other amateur scientists, Atkins made the plates by placing wet algae directly on light-sensitized paper and exposing the paper to sunlight. In the 1840s, the study of algae was just beginning to be systematized in Britain, and Atkins based her nomenclature on William Harvey's unillustrated Manual of British Algae (1841), labeling each plate in her own hand.

Although artistic expression was not her primary goal, Atkins was sensitive to the visual appeal of these "flowers of the sea" and arranged her specimens on the page in imaginative and elegant compositions. Uniting rational science with art, Photographs of British Algae is an ambitious and effective book composed entirely of cyanotypes, a process invented in 1842 by Sir John Herschel and long used by architects to duplicate their line drawings as blueprints.

Amsterdam’s Rijksmuseum has bought a copy of what is said to be the oldest book of photography in the world – a study of British algae dating from 1843. The photographs were taken by British female photographer Anna Atkins, a botanist whose husband John was a friend of Sir John Hershel, inventor of the cyanotype photographic process in 1842. A year later Atkins began to use the process to take photograms of seaweed by placing the dried algae directly on the cyanotype paper which was then exposed to light. Atkins published the first edition of Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions in October 1843.  At present, about 20 complete or incomplete editions of the book are known to be in existence. Each edition differs in composition and size. The book acquired by the Rijksmuseum is a rare example because of the large number of photographs (307), the excellent condition of the photographs, and the 19th-century binding. The Amsterdam museum bought the book at the beginning of this year from a New York artist named Michele Oka Doner for €450,000, making it the Rijksmuseum’s most expensive photography purchase. The book will take centre stage at an exhibition on 19th century photography which opens on June 17.


Rijksmuseum koopt allereerste fotoboek
Fotografie
Voor 450.000 euro heeft het Rijksmuseum een fotoboek uit 1843 gekocht van Anna Atkins, de eerste vrouwelijke fotografe.
Daan van Lent
18 mei 2017

Afbeeldingen van zeewier in Photographs of British Algae van Anna Atkins.
Beeld Rijksmuseum

Het allereerste fotoboek in de wereld. Vanaf 1843 in tien jaar tijd gemaakt door de eerste vrouwelijke fotograaf. Dat is de nieuwste aanwinst van het Rijksmuseum, dat deze donderdag de aankoop van Photographs of British Algae van Anna Atkins (1799-1871) bekendmaakt.

Atkins was een botanicus die besloot illustraties te maken bij een destijds net verschenen handboek van zeewieren. De auteur daarvan had uit tijdgebrek dat handboek niet geïllustreerd. Atkins besloot de eerste fotografische technieken aan te wenden om dat wel te doen.

Atkins gebruikte nog geen fotocamera, maar maakte zogeheten cynatopieën. Ze legde het gedroogde zeewier op in water ondergedompeld papier en liet het zonlicht er vijf tot vijftien minuten op inwerken. Door gebruik van twee ijzerzouten in het water kreeg het papier een ‘Pruisisch blauwe’ kleur, waarop het wier na het drogen een witte afdruk achterliet. Deze blauwdruktechniek, die later vooral door architecten zou worden gebruikt, was in de tijd van Atkins de enige simpele manier van contactafdrukken maken, uitgevonden door Sir John Herschel. Atkins en haar man waren bevriend met Herschel en met fotografiepionier William Henry Fox Talbot van wie zij technieken leerde.

Atkins liet haar blad voor blad gemaakte afdrukken binden in een oplage van tussen de twintig en dertig boeken en gaf deze cadeau aan andere botanici. Volgens conservator fotografie Hans Rooseboom van het Rijks zijn er nog ongeveer twaalf exemplaren in goede staat bekend, die in bezit zijn van onder meer de British Library en de Royal Society in Londen en het Metropolitan Museum en de New York Public Library.

Elk exemplaar is uniek. Op de helblauwe pagina’s staan 307 afbeeldingen van wieren in allerlei vormen: streepjes, draden, vlekken of wolkachtige vormen. Woensdag toonde het Rijksmuseum het boek aan een groep journalisten. Zonder de labels met Latijnse namen van de wieren, zouden het ook abstracte werken van een hedendaags kunstenaar kunnen zijn. Het werk ligt volgens het Rijksmuseum dan ook op de grens van wetenschap en kunst. „Atkins had een wetenschappelijke benadering, maar inmiddels zien we de fotografische, visuele en estethische kwaliteiten van haar werk. Er zijn verschillende kunstenaars die deze techniek nu gebruiken”, aldus Rooseboom.

Het Rijksmuseum kocht begin dit jaar het boek, waar het jarenlang naar had gezocht, van de New Yorkse kunstenaar Michele Oka Doner. Hoe zij aan het werk is gekomen, weet het Rijks „nog niet”. De aanschaf van Photographs of British Algae kostte 450.000 euro, waarmee het de duurste aankoop op het gebied van fotografie is die het Rijks ooit heeft gedaan. De BankGiro Loterij, de familie Cordia en het Paul Huf Fonds maakten het mogelijk. Op de tentoonstelling New Realities. Fotografie in de 19de eeuw, die op 17 juni wordt geopend, zal het Rijks een hele zaal wijden aan het boek.

Rijksmuseum krijgt fotografie-schenking: 35 zeegezichten
05-05-2017 AGENDA  NIEUWS  Door: Jasper van Bladel

Het Rijksmuseum heeft een genereuze schenking van ruim 35 fotografische zeegezichten ontvangen van een particuliere verzamelaar. Dit genre is voor de omvangrijke fotocollectie van het Rijksmuseum compleet nieuw. De schenking bevat verrassende werken van voornamelijk eigentijdse internationale fotografen als Viviane Sassen, Chip Hooper, Franco Fontana, Jo Ractliffe, Chris Mc Caw en van Simon van Til. Van 17 juni t/m 17 september 2017 is een selectie van dertien werken te zien in de presentatie 'Sea Views' in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum.

De collectie zeegezichten is met veel zorg, aandacht en liefde over een periode van 10 jaar door een particuliere verzamelaar bij elkaar gebracht. Elk werk is een intensieve oefening: een spel met lucht, licht en getij. De foto’s tonen de hand van de fotograaf én de rijkdom van de fotografie. De resultaten zijn totaal verschillend: de zee in het zwart of azuurblauw. Sommige werken zijn monumentaal, andere klein en intiem. In Sea Views zijn dertien foto’s van zeegezichten te zien. In Sea Views wordt een begeleidende film van Jochem van Laarhoven getoond.


Seascape Mar Ligure, Franco Fontana, 2005

Het zeegezicht
Nederland en de zee is een geliefd thema in het Rijksmuseum. In de 17de eeuw tekende Willem van Velde de kust voor Kijkduin en Terheijden in reusachtige en minutieuze pentekeningen. Jan Toorop verloor zich in de late 19de eeuw in de golvende zee voor Katwijk. Door de genereuze schenking zijn nu ook hedendaagse zeegezichten aan de collectie toegevoegd.

New Realities. Fotografie in de 19de eeuw
Gelijktijdig met Sea Views is in de Philipsvleugel een grote overzichtstentoonstelling 19de-eeuwse fotografie te zien. Driehonderd foto’s uit eigen collectie geven een beeld van hoe gevarieerd de fotografie was direct na haar uitvinding in 1839. Topfotografen als William Henry Fox Talbot, George Hendrik Breitner, Willem Witsen en Gustave Le Gray verschijnen zij aan zij met anonieme verrassingen die nog niet eerder zijn getoond.